fondo

Kunst & Creativiteit — Inzichten & Bronnen voor de Nederlandse regio

Daar ik fotograaf en textielkunstenaar die al jaren werkt met enerzijds analoge alsook digitale technieken, ervaar ik dat de vereniging van fotografie en textiel frisse wegen creëert om verhalen over te brengen https://rosprojects.nl/. In dit artikel bespreek ik praktische inzichten, werkwijzen en bronnen die je meteen kunt gebruiken, of je nu net start dan wel al een persoonlijke praktijk hebt opgebouwd.

Het samenspel van licht en vezeltextuur

Een foto die op textiel wordt geprint, krijgt een afwijkende visuele laag doordat het licht via de draden reflecteert en breekt. Het eindresultaat is in geen geval exact hetzelfde als op papier. Ik kies daarom telkens voor een testafdruk op het finale doek alvorens ik een omvangrijk werk maak. Zo neem ik waar hoe de opbouw van linnen, katoen of zijde het tegenstelling en de kleurstelling verzachtend beïnvloedt of juist verhoogt.

Het licht dat op een weefseloppervlak schijnt, wijzigt per uur en per omgeving. In mijn atelier test ik daarom prints op diverse momenten van de dag. Een foto die ’s ochtends neutraal overkomt, kan bij de middag intenser raken door de zuiderlijke lichtval. Door dit te documenteren, creëer ik een compact lichtlogboek op dat ik later kan consulteren bij andere projecten.

Om de vezeltextuur zichtbaar te behouden, gebruik ik een matte inktlaag in plaats van een glanzende coating. De matte laag belet dat het licht te veel terugkaatst en houdt de textuur van het weefsel intact. Dit is met name cruciaal bij portretten waarbij huidstructuur en kledijdetails een belangrijke rol vervullen.

De keuze tussen digitale en analoge technieken

Digitale fotografie biedt tempo en reproduceerbaarheid, maar mist soms de tactiele kwaliteit die analoge opnames bezitten. Ik werk daarom met een middenformaat camera voor de digitale reeks en een 4×5 inch camera voor de analoge reeks. De twee series worden later naast elkaar gelegd om te bepalen welke sfeer het beste past bij het textielproject.

Analoge film heeft een korrel die zichtbaar blijft na het printen op textiel. Die korrel kan een extra laag toevoegen aan het verhaal. Bij een serie over industriële gebouwen combineerde ik bijvoorbeeld korrelige zwart-wit foto’s met grof geweven jute. De korrel intensiveerde het gevoel van ouderdom en slijtage dat het gebouw al uitte.

Digitale technieken zijn echter noodzakelijk als ik meerdere lagen wil combineren. Met Photoshop kan ik een foto eerst omzetten in een rasterpatroon dat overeenkomt met een weefselstructuur. Dat raster print ik vervolgens op een dunne zijde die ik weer op een dikkere drager naai. Zo ontstaat een dubbele laag die zowel digitaal als handmatig tot stand is gekomen.

Voorbehandeling van het textieloppervlak

Eer een foto op textiel wordt geplaatst, dient het oppervlak worden voorbehandeld. Ik reinigt het doek in eerste instantie op 60 graden om alle appret te weg te nemen. Vervolgens breng ik een dunne laag polyurethaan aan die de inkt beter absorbeert. Deze laag is transparant en wijzigt de kleur van het weefsel amper, maar garandeert dat de inkt niet door de draden heen lekt.

Het drogen gebeurt op een rekbare frame zodat het doek strak wordt gehouden. Als het frame te klein is, komen er er golven die later bij het printen voor onscherpte leiden. Ik bepaal daarom altijd de exacte afmetingen van het frame en noteer die bij het bestand, zodat ik later exact weet hoe het doek zich gedroeg.

Een tweede voorbehandeling omvat het aanbrengen van een lichte primer op basis van acryl. Deze primer zorgt voor het oppervlak iets gladder zonder de textuur geheel weg te verwijderen. Bij fijne foto’s met veel detail, zoals macro-opnames van planten, merk ik dat de primer het contrast versterkt en de kleuren levendiger doet uitkomen.

Verlichting en contrast bij het printen

De lichtinval tijdens het afdrukken dicteert hoe nauwkeurig de details op het textiel zichtbaar worden. Ik werkzaam met een UV-lamp die ik op een constante afstand van 40 centimeter boven het doek positioneer. Te dichtbij veroorzaakt overbelichting en vlekken; te ver weg geeft een te zachte overgang tussen lichte en donkere partijen.

Contrast is een volgende variabele. Een foto met hoge contrastwaarden kan op textiel te fel ogen, omdat de vezels het licht diffuus creëren. Ik reduceer daarom het contrast met ongeveer 15 procent in de digitale bewerking voordat ik druk. Dat biedt een natuurlijkere overgang en verhindert dat schaduwen volledig zwart worden.

Ik probeer altijd een strookje van 10 bij 30 centimeter met verschillende contrastwaarden. Op die strook registreer ik de exacte instellingen van de printer en de belichtingstijd. Zo bouw ik een referentietabel op die ik kan gebruiken bij nieuwe projecten zonder telkens opnieuw te hoeven experimenteren.

Het stikken als vormgevend middel

Het naaien is geen loutere afwerking maar een wezenlijk bestanddeel van de compositie. Door draden verschillende dikte te gebruiken, kan ik banen toevoegen die de foto verder opdelen of juist verbinden. Bij een serie over migratiepatronen stikte ik bijvoorbeeld fijne rode draden over de foto’s heen, die de routes van vogels navolgden die ik eerder had gefotografeerd.

De steekrichting is cruciaal. Een horizontale steek volgt de richting van de weefseldraden en blijft bijna onzichtbaar. Een verticale of diagonale steek breekt het patroon en wekt de aandacht. Ik gebruik daarom een samenspel van beide: de horizontale steek voor fijne aanpassingen en de diagonale steek voor accenten die het verhaal kracht bijzetten.

De kleur van de draad beslist of de naad opgaat in de foto of juist contrasteert. Bij een donkere foto kies ik een donkere draad zodat de steek enkel zichtbaar is als het licht schuin valt. Bij een lichte foto gebruik ik een contrasterende kleur om een toegevoegde laag toe te voegen die de toeschouwer stimuleert om dichterbij te komen.

Opslag en bewaring van hybride werken

Gemengde werken van foto en textiel vragen een afwijkende bewaarwijze dan traditionele foto’s. Ik plaats ze liggend in zuurvrije dozen met tussenliggende vellen Tyvek. Tyvek is luchtig en belet dat vocht zich ophoopt, terwijl het tegelijkertijd stof en licht tegenhoudt.

Temperatuur en luchtvochtigheid moeten stabiel te worden gehouden. Een variatie van meer dan 5 graden Celsius per dag kan de lijm tussen foto en textiel aantasten. Ik meet daarom de condities in de opslagruimte met een digitale hygrometer en registreer de waarden elke week. Bij afwijkingen stel ik de ventilatie aan of verhuis ik de dozen naar een andere ruimte.

Voor transport gebruik ik een platte kist met schuimrubber aan de binnenkant. Het schuimrubber is gevormd in de vorm van het werk, zodat het niet kan verschuiven. Op de buitenkant plak ik een label met de afmetingen en het gewicht, zodat de vervoerder weet dat het werk kwetsbaar is en liggend dient worden vervoerd.

Verslaglegging van het creatieve werkproces

Het registreren van het proces maakt het mogelijk om later te evalueren op overwegingen die tijdens het maken zijn gemaakt. Ik leg vast elke fase met een stabiele camera-standaard en dezelfde lichtinstelling. Zo komt er een serie die illustreert hoe een idee zich evolueert van schets tot eindresultaat.

De documentatie bevat ook niet-geslaagde testen. Een print die te donker is of een naad die scheef valt, wordt ook vastgelegd. Door deze mislukkingen te archiveren, ontdek ik regelmatigheden in wat niet lukt en kan ik die in een volgend project omzeilen. Het verzameling van mislukkingen is vandaar even nuttig als het archief van goede creaties.

De documentatie wordt uiteindelijk op zich een artistiek werk. Ik selecteer een aantal procesfoto’s en druk die op dun papier dat ik daarna op het definitieve textielwerk bevestig. Zo komt er een dubbele dimensie waarin enerzijds het eindwerk als de route ernaartoe te zien is. Dit verschaft de beschouwer inzicht in de gelaagdheid van het maakproces.

Comments

Deja una respuesta

Tu dirección de correo electrónico no será publicada. Los campos obligatorios están marcados con *